“We kunnen niet heel India redden, dus we moeten keuzes maken”

Joke van Zutphen is directrice van de stichting Solidair met India.  Deze organisatie ondersteunt concrete ontwikkelingsprojecten in India op het gebied van educatie, gezondheidszorg en sociale voorzieningen. Dominique Kok sprak met haar over grote scholen, India, de Abdij van Berne en zelfstandigheid.

Joke

Door: Dominique Kok

Wat doet Solidair met India precies en waarom? “Wij ondersteunen verschillende projecten in India. De doelgroep is de arme bevolking, ongeacht kaste of religie. Wij richten ons voornamelijk op onderwijs, omdat onderwijs de basis is van ontwikkeling en om beter terecht te kunnen komen in de maatschappij. We ondersteunen veelal de bouw van scholen voor kinderen van 4 tot 16 jaar. We starten met de bouw van een school en die wordt dan steeds verder uitgebreid. We hebben nu scholen met 1000-2000 leerlingen tot zelfs een school met 5000 leerlingen, bij de sloppenwijken van Mumbai. We bouwen vooral veel scholen op het platteland. Daar zijn soms wel schooltjes van de overheid, maar daar wordt kwalitatief erg slecht onderwijs gegeven. Er is totaal geen controle, docenten komen niet opdagen of zitten zelfs te slapen. Dit vernemen wij van onze partners in India, lokale gemeenschappen van Norbertijnen. Zij  vernemen dit zelf of van de lokale bevolking. We proberen de scholen naar de mensen te brengen.” Is er veel armoede in India? “In India is met name op het platteland een enorme achterstand, dat geldt niet alleen voor scholen, maar ook voor wat betreft water, sanitair, elektriciteit en huisvesting. Er zijn steden die enorm groeien, waar scholen en ziekenhuizen gebouwd worden, maar op het platteland doet de overheid veel te weinig. India is zo’n uitgestrekt land, het is even groot als van Noorwegen tot aan Spanje. Maar als ik de sloppenwijken bij de steden zie, waar mensen in grote aantallen in kleine hutjes leven met open riolen, dan ben ik blij dat de mensen op het platteland in elk geval lucht krijgen.”

India is toch ook een opkomende economie? “Zeker, maar er zijn ook heel veel tegenstellingen. De kloof tussen arm en rijk is ontzettend groot. Je ziet de steden groeien, je ziet fabrieken en huizen komen, maar op het platteland zijn hele gebieden waar geen stromend water is. Dat is toch ongelooflijk? De opkomende economie is er landelijk gezien, maar daar heeft maar een heel klein deel van de bevolking baat bij.

Ook hebben we met het kastensysteem te maken. Men zorgt goed voor elkaar, maar alleen binnen de eigen familie. Vanuit onze christelijke achtergrond in Nederland, om het zo maar even te benoemen, kennen wij veel meer een geefcultuur. Ook al zijn er misschien steeds meer niet-religieuzen, er zijn wel mensen die bereid zijn om iets te geven aan het goede doel. In India zijn hogere en lagere kasten echt gescheiden. Er zijn misschien wel mensen uit een hogere kaste die zich bekommeren om een lagere kaste, maar dit is eerder uitzondering dan regel.”

kinderen

Hoe bepalen jullie – met al deze armoede – welke projecten jullie gaan doen? “De mogelijkheden zijn beperkt. We kunnen niet heel India redden, dus we moeten keuzes maken. Er is nog zo veel te doen. Onze projecten zijn slechts druppels in een grote emmer, maar elke druppel telt. Wij hebben contact met plaatselijke gemeenschappen van Norbertijnen en met zustercongregaties, die daar ter plekke werken. Zij onderzoeken wat het hardst nodig is. We overleggen met hen of adviseren hen. Wij zijn hier verder met ontwikkeling en nemen deze ideeën en inspiratie weer mee naar India. We bezoeken India twee keer per jaar. Soms weet je niet waar je moet beginnen. Dan kijk je om je heen en denk je: jeetje, dit kan toch niet?! Je ziet het met eigen ogen, onze hulp is hier echt zo hard nodig.”

Wat onderscheidt jullie van alle andere organisaties en stichtingen die zich inzetten voor ontwikkelingshulp? “Wij hebben plaatselijke projectpartners, paters en zusters, waar wij persoonlijk contact mee hebben. Daardoor blijven we goed op de hoogte van de resultaten. Ook bezoeken wij zelf alle projecten minimaal 1 keer per jaar. Verder zijn wij een kleine organisatie: we hebben geen groot bureau, maar een kleine groep vrijwilligers. Onze kantoorkosten betalen wij uit eigen middelen. Wij voeren geen grote campagnes waar veel geld in gaat zitten. Bijna al ons geld gaat dus rechtstreeks naar India en komt daadwerkelijk op de plekken terecht waar de mensen het voor geven. Ik denk dat dat onze kracht is. Wij vragen dan ook geen donaties voor stichting Solidair met India, maar voor een bepaald project. Het is dus altijd duideijk waar het geld heen gaat en dit koppelen wij uiteraard ook terug naar onze donateurs. Donateurs krijgen uitgebreide rapportages van onze projecten.”

Wat is de verbinding van Solidair met India met de Norbertijnen van de Abdij van Berne? “Solidair met India is ontstaan vanuit de Abdij van Berne in Heeswijk, maar is in 2005 een zelfstandige stichting geworden. Onze medewerkers zijn, op een bestuurslid na, allemaal leken. We willen onze verbinding met de Abdij van Berne ook niet teveel uitdragen. Het geeft een aantal mensen wel vertrouwen, maar we willen ons eigenlijk niet aan religie verbinden. Dat doen we in India niet, en dat doen we hier ook niet. De scholen die we bouwen zijn bijna altijd gemengde scholen. Wij vinden dat iedereen recht heeft op onderwijs of huisvesting en dat godsdienst of kaste daarbij helemaal niet relevant zijn.”

vrouwen

Hoe is het contact van de Norbertijnse gemeenschappen met de lokale bevolking? Worden die ook bij de projecten betrokken? “De bevolking helpt altijd. Geld hebben ze niet, maar ze kunnen wel arbeid verrichten. Met een huisje of waterput lukt dit altijd, maar met iets groots als een school is dat lastiger. Er wordt ook altijd lokaal geprobeerd om geld op te halen en om fondsen te werven, ook bij de overheid. Ook wordt er van mensen die dat kunnen betalen een bijdrage in schoolgeld verwacht.”

In hoeverre stimuleren jullie de lokale bevolking om ook zelf inkomen te genereren? “Eigenlijk altijd. Maar als mensen inkomen willen verwerven moet het idee vanuit hen zelf komen, anders werkt het niet. Een sterk fenomeen in India, waar wij ook aan bijdragen, zijn de vrouwengroepen. Deze groepen komen overal op. Mensen die geen geld hebben, hebben geen toegang tot een lening van een bank om iets te kunnen opstarten. Deze groepen vrouwen sparen samen, waardoor ze een gezamenlijke bankrekening kunnen openen. Als een van de vrouwen of een groepje vrouwen geld nodig heeft om bijvoorbeeld een studie voor de kinderen te kunnen betalen of om iets op te starten, hebben ze zo wel de mogelijkheid om geld te kunnen lenen. Zo krijgt een aantal vrouwen inkomen, waarvan weer een deel naar de gezamenlijke bankrekening gaat. Zo halen deze groepen vrouwen zichzelf uit de armoede. Met 15 vrouwen bereik je nou eenmaal meer dan alleen. Ik heb vorig jaar voor het eerst ook mannengroepen zien ontstaan, op een locatie waar vrouwen al heel lang actief zijn. Het gaat langzaam, maar er zijn zeker ontwikkelingen.”

Wat hebben mensen in Nederland eraan om India te steunen terwijl er ook genoeg problemen in eigen land zijn? “Ook met problemen in eigen land moet iets gedaan worden. Die zijn er, en die zullen er ook altijd wel blijven, maar het is een keuze die je maakt. Ik zou onze problemen niet willen vergelijken met de problemen in India. Wij hebben  allemaal toegang tot basisvoorzieningen als voedsel, drinkwater, onderdak, onderwijs en gezondheidszorg. In India zijn de leefomstandigheden zoveel primitiever dan hier, mensen kunnen zich niet eens fatsoenlijk beschermen tegen regen en hitte. Er zijn daar ook nog veel kinderen die niet naar school gaan of kinderarbeid moeten verrichten. Natuurlijk moeten ook mensen in Nederland geholpen worden. Ik vind het echt triest dat wij een voedselbank hebben in een redelijk welvarend land als het onze, maar wij hebben het tenminste. Hoewel de verdeling van de welvaart in Nederland ook grote ongelijkheden kent.”

kinderen1

Waarom zouden mensen iets moeten schenken aan Solidair met India? “Omdat iedereen recht heeft op een menswaardig bestaan. India is een land wat zeker op het platteland nog heel erg achterblijft. Zo’n armoedecirkel moet doorbroken worden, dat doe je onder andere met onderwijs. Maar wat als kinderen naar school gaan, maar thuis niets te eten hebben? We besteden veel aandacht aan onderwijs, maar meestal richten we daar ook een medische post bij op en voorzien we in zaken als huisvesting en stromend water.”